Gepubliceerd op 1-5-2020

Ruim een kwart minder gebruikte auto’s verkocht in april

De Nederlandse autobedrijven verkochten afgelopen maand 74.150 tweedehands personenauto’s en dat is 26,3 procent minder dan in april 2019. Tot en met april werden er dit jaar door de vakhandel 6,8 procent minder occasions aan consumenten verkocht, zo blijkt uit cijfers van BOVAG en RDC.

Daar waar de registraties van nieuwe personenauto’s in april met ruim de helft achterbleven op de dezelfde maand een jaar geleden, moest ook de verkoop van gebruikte auto’s een veer laten als gevolg van het coronavirus. Hoewel in het hele eerste kwartaal van 2020 de occasionverkoop door autobedrijven nog stabiel was ten opzichte van de eerste drie maanden van 2019, daalde het aantal overschrijvingen in maart al met bijna 14 procent. In de laatste helft van maart speelde voornamelijk de sluiting van RDW-keuringsstations de branche parten, waardoor geïmporteerde occasions niet gekeurd en dus ook niet aan klanten afgeleverd konden worden. Die importkeuringen zijn exclusief voor de erkende autobedrijven sinds een maand weer op gang gekomen. Groot punt van zorg zijn de oplopende voorraden en de bijbehorende financiering daarvan. Eind april stond er een recordaantal van ongeveer 385.000 personenauto’s in de bedrijfsvoorraad geregistreerd en ook nog eens ruim 50.000 bestelwagens. Normaliter schommelen die aantallen rond de 365.000 respectievelijk 47.000.

Proefrit aan huis

Tot en met april dit jaar kochten consumenten 395.127 gebruikte personenauto’s bij autobedrijven, tegen 423.919 in de eerste vier maanden van 2019. In het hele vorige jaar verkocht de vakhandel een recordaantal van ruim 1.275.000 occasions en dat was 2,3 procent meer dan in 2018 en zelfs 11,3 procent meer dan in 2017. Autobedrijven zijn gewoon geopend en bij vele daarvan kan ook een afspraak worden gemaakt voor ‘private shopping’ in de showroom of voor een proefrit aan huis. Uiteraard worden daarbij alle voorschriften van het RIVM in acht genomen. BOVAG werkt momenteel met medewerking van andere brancheorganisaties en vakbonden aan een overkoepelend protocol voor alle ondernemingen in de mobiliteitsretail, zodat er eenduidigheid is voor klanten, leveranciers, werknemers en werkgevers. Zodoende hoeft een ondernemer met bijvoorbeeld een autobedrijf inclusief schadeherstelwerkplaats, tankstation en wasstraat op dezelfde locatie niet vier verschillende protocollen te gaan hanteren. Bovendien zal het protocol in een fietsenwinkel en in een caravanbedrijf zodoende praktisch hetzelfde zijn.
 

Deze pagina delen