Ontstekingsvolgorde

De ontstekingsvolgorde is volgens de gebruikelijke cilindernummering bij een lijnmotor met vier cilinders (1-2-3-4 van voren naar achteren) meestal 1-3-4-2.

Dat wil zeggen dat binnen het raam van een arbeidsproces eerst de bougie van de 1e cilinder vonkt, vervolgens die van de 3e, de 4e en tenslotte de 2e cilinder.