Verbrande klep

Een klepschotel die oververhit raakt, verbrandt op den duur.

Tijdens de verbranding van het brandstof-luchtmengsel nemen de wand van de verbrandingsruimte en dus de daarin aangebrachte klepschotels van de inlaatkleppen en uitlaatkleppen de nodige warmte op. De klepschotels kunnen deze warmte eigenlijk alleen kwijt aan de klepzittingen. Een klepschotel kan dus gemakkelijk te heet worden, als

  • deze niet goed sluit of
  • open staat terwijl hij dicht had moeten zijn of
  • mengselafstelling te arm is.

In zo'n geval kan er een stuk klepmateriaal aan de rand van de klepschotel wegsmelten (dus eigenlijk niet verbranden). Dan sluit de klep niet meer af. In die cilinder kan dan geen druk meer worden opgebouwd. Dit deel van de motor valt in dat geval dus effectief uit.

Bij doorrijden op een cilinder minder ontstaat er flink onbalans in de motor. Dat wordt erger naarmate de motor minder cilinders heeft. Dat geeft flink extra slijtage aan de rest van de motor die dan harder moet werken en de genoemde onbalans te verwerken krijgt.