Verbrandingsproces

Pure benzine bestaat - afgezien van een aantal additives - uit twee stoffen: koolstof en waterstof.

Deze stoffen hebben zich met elkaar verbonden tot koolwaterstofverbindingen. Benzine wordt binnen in de motor verbrand. Verbranding wil zeggen, dat onder een bepaalde temperatuur zuurstof wordt toegevoegd. In de aangevoerde buitenlucht bevindt zich behalve zuurstof ook nog stikstof. Die stikstof gaat natuurlijk ook de motor in. Aan het begin van het verbrandingsproces zijn er dus vier stoffen:

  • koolstof (uit de benzine),
  • waterstof (uit benzi¬ne),
  • zuurstof (uit de lucht) en
  • stikstof (uit de lucht).

Deze vier stoffen worden tijdens het verbrandingsproces binnen in de motor met elkaar vermengd en komen in geheel andere combinaties als uitlaatgassen naar buiten:

  • koolmonoxide,
  • onverbrande koolwaterstofverbindingen en
  • stikstofoxiden.

Deze drie stoffen verontreinigen het milieu. Daarom worden uitlaatgassen door een katalysator heen gevoerd. Daarin ondergaan ze nog een aantal chemische reacties. Als resultaat daarvan komen aanmerkelijk minder schadelijke bestanddelen in de buitenlucht terecht:

  • pure waterdamp,
  • kooldioxide en
  • pure stikstof.