Gepubliceerd op 5-6-2020

Second opinion BPM doet geen recht aan motie CDA en VVD

Het rapport dat staatssecretaris Hans Vijlbrief van Financiën afgelopen week naar de Tweede Kamer stuurde als second opinion over de budgetneutraliteit van BPM-wijzigingen gaf antwoord op de verkeerde vraag. Het geeft bovendien geen antwoord op de expliciete vragen die Kamerleden middels een motie eind vorig jaar hadden ingediend. Dat concluderen BOVAG en RAI Vereniging na grondige bestudering. De overgangsperiode is überhaupt niet onderzocht, verkeerde conclusies worden bevestigd en de onderzoekers van KPMG, alsmede belanghebbenden BOVAG en RAI Vereniging, zijn niet om een toelichting gevraagd.  

Het ministerie van Financiën vroeg onderzoeksbureau SEO deze second opinion uit te voeren en de conclusie was dat de berekeningen van TNO voor wat betreft budgetneutraliteit kloppen. Daarbij wordt ingegaan op de vraag of die neutraliteit voor de schatkist geldt én voor wat betreft peildatum 1 juli 2020 -de dag waarop de nieuwe BPM-tabel conform WLTP van kracht moet worden- ten opzichte van 1 januari 2020. In de motie van VVD en CDA werd echter letterlijk gevraagd of zowel de omzetting van NEDC 1.0 naar NEDC 2.0 (de overgangsperiode) als de (definitieve) omzetting van NEDC 2.0 naar WLTP “ieder” budgettair neutraal zijn gegaan. In Kamerdebatten en in de eerste belofte van Wiebes is het tevens telkens primair gegaan over de autokoper c.q. automobilist, niet over de schatkist. SEO heeft echter géén antwoord gegeven op de ontwikkelingen in die overgangsperiode en richt zich alleen op een vergelijk tussen 1 januari 2020 en 1 juli 2020. De omzetting van NEDC 1.0 naar NEDC 2.0 als overgang zorgde volgens de berekeningen van KPMG echter al voor 600 miljoen euro aan oneigenlijke extra BPM-inkomsten tot 1 juli 2020. De hogere BPM-opbrengst valt ook simpelweg op te maken uit het huishoudboekje van de Staat, terwijl er de afgelopen jaren juist minder BPM-plichtige auto’s werden verkocht (en méér BPM-vrije elektrische auto’s). Autokopers hebben de afgelopen jaren dus al onterecht teveel betaald en zullen dat in de plannen van Financiën de komende jaren blijven doen, circa 200 miljoen per jaar. BOVAG en RAI Vereniging dringen daarom aan op spoedige aanpassing van de aanstaande BPM-tabel, zodat deze oneigenlijke inkomsten worden gecorrigeerd.

BPM-plichtige auto’s niet zwaarder

SEO bevestigt overigens de bewering van TNO dat de hogere BPM-opbrengst komt door het hogere gemiddelde gewicht van auto’s, daarbij gek genoeg verwijzend naar een gewichtstoename vóór de introductie van WLTP. Sinds de invoering van WLTP is de -beperkte- toename van het gemiddelde voertuiggewicht juist veroorzaakt door de populariteit van elektrische auto’s, die door de vele accu’s aan boord aanmerkelijk zwaarder zijn, maar tegelijk vrijgesteld zijn van BPM. Zowel het TNO-rapport als KPMG-rapport laten zien dat er sinds oktober 2017 tot het moment van hun respectievelijke onderzoeken geen toename is van gewicht van BPM-plichtige voertuigen, dus dat kan de BPM-stijging überhaupt niet verklaren. 


KPMG, BOVAG en RAI Vereniging niet bevraagd

Opmerkelijk is bovendien dat KPMG door SEO niet is gevraagd om een toelichting, terwijl er wél een oordeel over het KPMG-rapport wordt geveld én het KPMG-rapport juist de aanleiding voor de motie vormde. TNO heeft slechts een vragenlijst voorgelegd gekregen, waar de branche of andere belanghebbenden geen inzage in hebben gekregen. Een vragenlijst lijkt ook geen recht te doen aan de uitgebreide cijfermatige en conceptuele exercities van TNO, en ook van KPMG. BOVAG en RAI Vereniging zijn ook niet door SEO om een reactie of toelichting gevraagd, terwijl deze verenigingen overtuigd zijn van de statistische juistheid van de gebruikte autoparen door KPMG. SEO uit kritiek op de ‘beperkte’ omvang van ‘slechts’ 34 procent, maar dit percentage is juist wel degelijk representatief voor de onderzoeksvraag, omdat dit heel zuiver de écht vergelijkbare uitvoeringen van auto’s betreft vóór en ná de omzettingen. Dit terwijl een deelonderzoek van TNO, waarin de aantallen vergelijkbare auto’s slechts 10 procent vormden van die van KPMG, wel als ‘bewijs’ opgevoerd wordt door SEO dat het overall (macro) TNO-rapport de juiste conclusies trekt. De informatie die de staatssecretaris van Financiën deelt, is bovendien gebaseerd op (te veel) vergelijkingen van auto’s die juist niet vergelijkbaar zijn, omdat fabrikanten op sommige modellen naar aanleiding van WLTP technische wijzigingen hebben aangebracht. Appels moeten dus met appels worden vergeleken en voor een grondige beoordeling moeten in dit geval zelfs Elstars met Elstars vergeleken worden. TNO heeft de Elstars echter ook met Jonagolds vergeleken door auto’s met weliswaar dezelfde typebenaming, maar met afwijkende massa en vermogen te vergelijken. De wijze waarop dat gecorrigeerd is, valt sterk te betwijfelen, met als gevolg dat een onbetrouwbaar resultaat ook onbetrouwbaar is gecorrigeerd.


Geen recht aan motie VVD en CDA

Het heeft er veel schijn van dat Financiën SEO heeft gevraagd of het TNO-rapport een valide basis was voor het beleidsbesluit. Er is niet gevraagd of het KPMG-rapport tot andere inzichten moet leiden. Als de onderzoeker dezelfde vraag was gesteld inzake het KPMG-rapport, dan was de conclusie van de second opinion hoogstwaarschijnlijk hetzelfde geweest. En daarmee concluderen BOVAG en RAI Vereniging dat dus de verkeerde vraag is gesteld en er absoluut geen recht wordt gedaan aan de motie van Lodders en Omtzigt. Deze Kamerleden zullen -evenals Mulder van de PVV- vrijdag 5 juni vervolgvragen gaan stellen aan de staatssecretaris.


Belofte van Wiebes

Terug naar oktober 2016: toenmalig staatssecretaris Eric Wiebes schreef aan de Kamer dat de invoering van de nieuwe emissietestmethode WLTP niet mag leiden tot een stijging van de BPM. Letterlijk: “Het is niet de bedoeling dat automobilisten alleen als gevolg van een nieuwe testmethode meer gaan betalen”. Tijdens de overgangsperiode, toen de nieuwe WLTP-waarde tijdelijk werd teruggerekend naar de ‘oude’ NEDC-waarde, bleek al dat de BPM voor veel modellen wel degelijk steeg. Voor volstrekt identieke auto’s moest soms wel duizenden euro’s meer worden afgerekend en dat heeft de afgelopen jaren meermaals tot protest van BOVAG en RAI Vereniging en tot Kamervragen geleid. 


600 miljoen extra in overgangsperiode

TNO berekende vorig jaar in opdracht van de vorige staatssecretaris Menno Snel dat de omzetting van NEDC naar WLTP (via NEDC 2.0) ‘budgetneutraal’ werd uitgevoerd, terwijl de brancheorganisaties in de praktijk toch echt legio voorbeelden zagen van grote prijsstijgingen. RAI Vereniging en BOVAG gaven daarop afgelopen zomer KPMG opdracht om te onderzoeken of en in welke mate er wél sprake is van een BPM-stijging. KPMG beoordeelde daarvoor minutieus welke NEDC- en WLTP-auto’s en vooral welke uitvoeringen technisch vergelijkbaar waren, zodat kon worden bepaald hoeveel BPM hiervoor vóór en na de wijzigingen verschuldigd was. De conclusie luidde dat de overheid in de overgangsfase van september 2017 tot 1 juli 2020 maar liefst 600 miljoen euro aan extra BPM kon opstrijken en daarna -zodra de BPM volledig volgens WLTP wordt berekend- structureel 200 miljoen per jaar extra. De Kamerleden Helma Lodders van de VVD en Pieter Omtzigt van het CDA vroegen staatssecretaris Snel vervolgens middels een aangenomen motie om een second opinion: wordt er nu wél of niet onterecht extra BPM geïncasseerd? Die motie is met de uitgevoerde second opinion echter geen recht gedaan.

Deze pagina delen